Rijksweg…tweede ronde

Beste knotters,

“De klus klaren aan de Rijksweg of drie keer is scheepsrecht…..”

Zaterdagmiddag rond tweeën is de auto uitgepakt, het gereedschap op z’n plek gezet en schoongemaakt en de eerste druppels vallen omlaag.

“Wat hebben we vanmorgen mazzel gehad met het weer om de klus te klaren aan de Rijksweg!’’ is mijn gedachte.

“Mazzel”, het Jiddische woord dat geluk betekent.

Met een fantastische opkomst met zevenentwintig vrijwilligers moet het vanmorgen mogelijk zijn om deze klus te klaren: er staan nog zo’n vijftig wilgen en opschot te wachten om geknot of afgezet te worden.

We starten met het bekende welkom en werkinstructie. Rudi herhaalt nog eens de technische kant van het veilig vellen van dikke takken: valkerf, spintsnede en waarschuwen voor vallend hout.

Piet vraagt een ieder om goed om te gaan met het gereedschap; op de Laarstraat hebben we afgelopen weken een zaag en takkenschaar in het veld gevonden. Wat je gebruikt, breng dat na afloop zelf weer terug. “Zorg er goed voor en let er op!”

Voor de koffiepauze is er ruimte genoeg dat een ieder aan het werk kan: opschot, ondergroei, stamschot en lage takken van de bomen afzetten. Stapels takhout rijzen omhoog en worden mooi tussen de boomstammen gevlijd en het water in de sloot weerspiegelt ineens de helderblauwe hemel.

Aan de koffie/thee/frisdrank ontmoeten we elkaar en praten we bij: carnaval, voorjaarsvakantie of gewoon werk. Alles komt in de gesprekken voorbij.

Na de pauze gaan de handen verder uit mouwen en takken vallen, worden ingekort en de stapels groeien. Tegen de middag wordt het duidelijk dat we deze rij strak zullen opleveren. De laatste ondergroei verdwijnt met een knip van de takkenschaar en Martyn rondt tot slot de klus af en daarmee is ook de laatste knotwilg kaal.

Beide akkers liggen er strak bij en de pachter kan binnenkort zijn land gaan bewerken.

Gereedschap en ladders worden handschoon opgeborgen in de aanhanger, Wilma en Ans zijn op afgesproken tijd voor de lunch: warme bonensoep en wafels met appelcrumble toe.

Werken maakt hongerig en we scheppen stevig op. “Honger maakt rauwe bonen zoet”, hoewel de bruine bonen van Ans en Wilma zijn goed gekookt. Om half een keren de eerste knotters huiswaarts. Bestuursleden pakken de aanhanger in en blikken terug: “Wat boffen we toch!” “Vanochtend met het weer, maar zeker ook met die zevenentwintig geweldenaars, die er toch maar weer staan!”

Wat een mazzel!